Zelfliefde: had ik maar iemand om van te houden

Filosofische duiding over waardig zijn

Geschreven door Jeroen Coelen op 18 september 2018 Leestijd: 5 minutes

‘Had ik maar iemand om van te houden.
... Ik voel me zo verdomd alleen’ — Ciske de Rat

Dat de getroubleerde jeugd van Ciske de Rat een gebrek aan zelfliefde opleverde zal geen verrassing moeten zijn. Gelukkig is de psychische (jeugd)zorg sinds de uitkomst van Pieter Bakker’s trilogie een stuk toegankelijker geworden. Tegenwoordig worden mensen professioneel geholpen een manier te vinden om van zichzelf te houden; het wordt gezien als een hoeksteen voor een vrolijk bestaan. Toch lukt lang niet iedereen het om een dergelijk bestaan op te bouwen of te behouden.

Ik sprak onlangs met artiestenpsycholoog Daisy Gubbels voor mijn podcast over depressies, In de Putcast. Wat het vak artiestenpsycholoog inhield was het best uit te leggen door een parallel te trekken met de sportpsycholoog. Dit maakt Daisy Gubbels meer een coach dan psycholoog — en zo ziet ze zichzelf ook — voor mensen die in een creatief vak zitten. In haar praktijk begeleidt ze onder andere muzikanten, acteurs, theatermakers en ondernemers door (delen van) hun carrière. Door aanhoudende vraag kan ze inmiddels haar praktijk volledig focussen op deze niche.

Omdat ze zo veel verschillende artiesten ziet kan ze patronen gaan herkennen binnen deze groep; naar mijn inschatting beter dan psychologen die slechts zo nu en dan een artiest krijgen. Zo kon Daisy over de jaren heen een terugkerend onderscheid maken tussen twee types artiest. Als we ze als karikaturen schetsen, hebben we aan de ene kant mensen die hun vak (dan wel ambacht als acteren, muziek maken, etc) met passie uitvoeren omdat dit hun betekenis geeft. Daarmee worden ze dan ‘toevallig’ bekend en boeken ze succes. Aan de andere zijde hebben we een groep die succesvol wil worden, ongeacht het ambacht. Ook dit heeft een kans van slagen die — zeker wanneer ik een blik op het huidige media- en entertainmentlandschap werp — niet gering te noemen is. Bij deze laatste groep ziet ze, door de agnostische houding ten opzichte van het ambacht, vaker een breder scala aan activiteiten die dit type artiest verricht. Alles voor de roem, zou je haast denken.

Daisy coacht dus artiesten die tegen problemen van hun nieuwe context aanlopen; soms op aanraden van de managers van artiesten. Een iconische kwaal bij de groep die vanuit de ambacht beroemd werd, laten we ze de ambachtslieden noemen, zit hem in de aard van het omgaan met de nieuw vergaarde roem. Ze worden ineens herkend op straat en vinden de aandacht op sociale media lastig. Daarnaast komt soms hun artistieke vrijheid onder druk te staan; boekers willen ‘meer van hetzelfde’ terwijl de ambachtslieden zichzelf willen blijven onderzoeken. Als de roem wegvalt zijn de ambachtslieden — als ze zich er niet te veel op hebben aangepast — weinig aangedaan. Ze kunnen immers door met wat ze het liefste doen, zonder afleiding. Dit is bij de andere groep, laten we ze voor het gemak de succesjagers noemen, minder vanzelfsprekend. Die slokken alle aandacht die hun roem ze biedt zo gortig op dat het hun identiteit wordt. Op het moment dat de roem wegvalt, valt dus ook hun identiteit weg. Het lukt ze niet om betekenis te vinden in hetgeen ze deden als er geen publiek bij is. Duurzaam is het niet te noemen.

De dynamiek van veranderende drijfveren van de vallende succesjager kan ons een hoop leren. Het lijkt een strijd tussen twee zoektochten, één naar betekenis en één naar herkenning; ik denk dat ieder mens dit tegenkomt. Ik word in deze gedachte gesteund als ik de opbloeiende niche van zelfhulpboeken omtrent dit onderwerp zie. Dat is niet verrassend in een maatschappij waar we betekenisloos ‘relaxen op de bovenste treden van Mazlov’s piramide’ (citaat vrij naar Jasper van der Veen, cabaretier). We worden depressief zonder betekenis (al is het niet in toenemende mate zegt de wetenschap) en beginnen onszelf langzaamaan te haten. Althans, er was in mijn lichaam op den duur niet veel zelfliefde meer te vinden.

Wat is er zo lastig aan zelfliefde en wat is de link met succesjagers die van hun sokkel vallen? Ik zou hier graag een parallel willen suggeren met filosoof Jean-Jacques Rousseau’s opvattingen over zelfliefde. Sinds de eerste keer dat ik over zijn onderscheid tussen twee vormen van zelfliefde las in ‘De Mythe van Sisyphus’ van Albert Camus heeft het me beziggehouden. Ik werd voor het eerst geconfronteerd met mijn zoektocht naar bevestiging op het podium (en ik vermoed dat ik het nu nog steeds ten dele doe). Wat Rousseau stelt is dat binnen het concept zelfliefde eenieder zoekt naar een oordeel dan wel zienswijze dat hij of zij waardig of waardevol is. Het venijn — venijn, omdat Rousseau stelt dat het aan de grondslag ligt van al het kwaad en ongelijkheid in de wereld — zit hem in de manier waarop men tot dit oordeel komt. Rousseau onderscheidt namelijk twee vormen van zelfliefde: amour de soi en amour propre. Amour propre is zelfliefde, een gevoel van waardig te zijn, die ontleedt wordt aan anderen. Enerzijds in een vergelijking met anderen (‘Hoeveel beter ben jij dan de rest?’), anderzijds door de ogen van anderen (‘Hoe ziet de rest dit verschil?’). Wat jij van jezelf vindt wordt dan dus compleet gevormd door anderen. De tegenhanger, volgens Rousseau een betere vorm van zelfliefde, heet amour de soi. Hierin ontleen je je waardigheid aan een oordeel door jezelf wat staat tot jezelf. Of zoals Rousseau het eenvoudiger stelt: ‘Bon pour moi’, wat ik vrij vertaal naar ‘wat werkt voor mij’. Het is niet lastig om in te zien dat amour de soi minder stoorzenders (anderen) heeft en daarom vermoedelijk dichter bij de kern van een mens komt.

Rousseau typeert twee vormen van zelfliefde, de ene corrumpeert (amour propre), de ander is puur (amour de soi)

De artiesten die het voor de roem doen worden aangejaagd door amour propre, wat platgezegd het kicken op de aandacht van een groot publiek is. Het is daarom ook niet vreemd dat deze groep van zijn apropos raakt als die aandacht wegvalt. Hun gevoel van waardigheid werd ontleent aan de vergelijkende aard van hun succes door de ogen van anderen. Een (artiesten)psycholoog kan mensen helpen dit gevoel van waardigheid weer te restaureren. Een langdurig proces in het vinden van betekenis in minder grandioze dingen. Voor de hongerige mens is het troostend dat deze groep mensen door een pure vorm van zelfliefde weer — concludeer ik door observaties van Daisy — betekenis in hun leven kan vinden; dit keer zonder succes volgens ordinaire maatstaven. Dan is er uiteindelijk altijd iemand om van te houden.

 1
 0

Lekker gelezen? Geef me een kudo! (gewoon klikken, geen login)


Lees ook over: