Welkom in de bovenkamer

Een kort verhaal

Geschreven door Jeroen Coelen op 21 december 2018 Leestijd: 13 minutes

‘En we zijn nu aangekomen in de bovenkamer van Jeroen. Jeroen heet ons welkom, kijk maar naar de banner’. De man in jacquet met hoge hoed wijst naar een vergeelde banner op de muur waar ‘Welkom in mijn hoofd!’ op staat. De ruimte is hoog met witte muren en een houten vloer. Een paar kleine ramen zitten aan de bovenkant van de muren, het meeste licht komt van de wandlampen aan de muren. Het plafond is van hout, met een aantal luiken. Als de man niet naar de banner had gewezen, was hij me niet opgevallen. De aandacht werd afgeleid door een grote industrieel uitziende stellage die de hele ruimte in beslag neemt en aan verschillende punten verdwijnt in het gebouw.

De man loopt erheen en stopt eronder. Zijn schoenen klinken zuiver op de houten vloer die her en der kraakt. Hij wijst naar boven met zijn wandelstok. ‘Wat jullie waarschijnlijk direct opvalt, is dat Jeroen in tegenstelling van veel mensen een mechanische aandrijving in zijn hoofd heeft. Veel diersoorten zijn sinds de choanoflagellata overgegaan op de kleine elektrische schokjes die door neuronen lopen. Jeroen heeft een zeldzame mutatie waar in plaats daarvan een mechanische constructie zit. Het ziet er indrukwekkend uit, al zeg ik het zelf!’

De man wijst al wandelend naar een enorm object wat er uit ziet als een verticale molensteen. ‘Ik loop u er doorheen. Het begint met dit betonnen vliegwiel van 20 ton met een diameter van 10 meter. Dit vliegwiel staat zolang Jeroen wakker is altijd aan. In basis draait het op 6.000 toeren per minuut. Op piek- en piekermomenten kan dit oplopen tot ruim over de 10.000 omwentelingen per minuut. Als we de as van acht meter gegalvaniseerd staal volgen van het vliegwiel richting het hoofdtandwiel (Latijn: Rota Magnificus), zien we verschillende lasnaden. Dit duidt op herstelwerkzaamheden uit het verleden.’ De man stopt bij een uitstekend bultje metaal op de as. ‘Deze lasnaad hier is meest duidelijke. Deze breuk is ontstaan toen Jeroen overuren draaide op ketamine en tijdens een bad trip in de k-hole belandde. De overmatige kracht bleek te zwaar voor de as. Doordat de as brak kwamen alles visueel binnen als een driedimensionale blueprint. Hoewel dit voorbeeld slechts een anecdote is waarvan de waarheid nog steeds niet bewezen is, typeert het vrij sterk de grootste en algemeen geaccepteerde kritiek op deze vorm van bouw. De reden dat dit wel eens mis gaat, is omdat de aandrijving tussen het vliegwiel en het hoofdtandwiel in dit apparatus één op één is. In de meeste moderne modellen zien we vaker een bandaandrijving tussen het vliegwiel en het hoofdtandwiel, die wat kan slippen en letterlijk wat rek heeft. Het voordeel aan deze één op één aandrijving is dan wel dat hij flink sneller optrekt, wat lekker werkt bij metaforische stoplichten die op groen gaan.’

De groep van de tour loopt één voor één langs de as, die bereikbaar is via een speciaal gemaakt trapje. Bovenaan zit een metalen plaatje waarin een datum staat gegraveerd. Sommige raken de oude breuk even aan door hun hand over de reling heen steken. De tourguide met hoge hoed doet alsof hij dat niet ziet en loopt met stevige passen door.

‘Als we doorlopen naar het hoofdtandwiel, zien we iets opmerkelijks aan het hoofdtandwiel. Wat valt er op aan het hoofdtandwiel?’ Nog voordat iemand kon antwoorden, hervat hij zijn verhaal: ‘Precies, hij heeft drie verschillende afstanden tussen de tanden. Door het brede ontwerp zitten er verschillende soorten groeven in naast elkaar, zodat veel verschillende tandwielen er op in kunnen haken. Eigenlijk drie tandwielen in één. We zullen de installatie aanzetten, om te kijken wat er gebeurt. Hierboven op de teller ziet u het toerental.’ De teller lijkt op een oude voltmeter, met een wijzertje wat kan oplopen tot 10.000. De man loopt naar de muur waar een hendel zit die in ouderwetse films vaak een luik opent. Hij trekt hem soepeltjes naar beneden. Een paar seconden gebeurt er niets. Daarna klinken een paar luide knallen klinken en het begint het geheel te draaien. Het reliëf op het vliegwiel vervaagt naarmate de wijzer een hoger toerental aangeeft. De ruimte vult zich langzaam met een luide bromtoon.

De tourguide zet z’n hoge hoed af en loopt naar iets wat er uit ziet als een houten bedieningspaneel, wat qua vorm wat weg heeft van een oud orgel. Hij zet zijn wandelstok tegen de muur. Hij wenkt de groep dichterbij en zet een luide stem op. ‘Blijf vooral achter de gele lijn op de vloer staan. Ik ga nu laten zien wat er gebeurt als Jeroen aan de gang gaat. Weet iemand van de groep een doorsnee activiteit?’ Even blijft het stil, totdat iemand roept ‘fietsen’. ‘Fietsen? Prima!’, reageert de man, terwijl hij wat rommelt op het paneel en een hendel overhaalt. Uit het plafond komt aan een lange arm een tandwiel naar beneden vallen. Deze haakt linksboven op de eerste groef van het hoofdtandwiel. Het tandwiel is een fractie van het formaat. Even wordt de luide brom wat minder, de wijzer van de toerenteller loopt een seconde iets terug, maar voordat men het weet bibbert deze weer rond de 6.000. ‘Zoals u ziet is fietsen een vrij hersenloze activiteit. Maar wat gebeurt er als Jeroen een politiek podcast aanzet?’ Weer drukt de man op een knop, en een tweede tandwiel slingert uit het plafond naar beneden. Dit tandwiel is een stuk groter, van gietijzer lijkt het wel, en klinkt met een luid kabaal op ongeveer 12 uur in het hoofdtandwiel in de middelste groef. Gespannen kijkt de hele groep naar de toerenteller wanneer deze plots terugvalt naar 4.000, waarna een stroef geluid klinkt. Toch loopt deze vrij snel loopt weer terug naar 6.000. ‘Ook dit is nog vrij goed te doen. Misschien gaat het wel over populisme’, grapt de man. Gelukkig vult de bromtoon de stilte na deze matige grap. De man kucht en hervat ongegeneerd: ‘Ik zal de druk wat verder ophogen.’ Hij haalt twee houten schuiven naar beneden op het paneel en drukt wederom op een knop. Op dat moment schieten er één voor één twee middelgrote tandwielen uit het plafond. Het ene tandwiel klapt rond 3 uur op de derde groef lijkt het, het andere tandwiel klapt daar iets later bovenop. Nadat de galm van de twee klappen is weggetrokken, en de bromtoon zwaarder wordt, voelt iedereen dat de machine nu zijn best aan het doen is de 6.000 weer te bereiken. Terwijl het wijzertje langzaam weer naar boven komt, hervat de man de uitleg. ‘Het eerste rad is de les die Jeroen zo moet geven voor 120 studenten waar hij nog niet helemaal zeker over is. Je zag dat het hele mechanisme hier al enige moeite mee had.’ De groep knikt instemmend, terwijl ze hun aandacht verdelen tussen de tourguide en de meter. Het mechanische geluid wordt luider, de wijzer blijft hangen op 5.000. ‘Het tweede tandwiel was een appje van zijn ex. Je zag dat de toerenteller disproportioneel terugliep ten opzichte van het eerste tandwiel. Als je goed kijkt naar dat tandwiel, zie je dat deze niet helemaal ritmisch meedraait; deze is licht eivormig en hier en daar mist het een tand. Dit noemen we een stoorzender. In de praktijk kan het nog wel een uur duren voordat dit tandwiel zijn ritme heeft gevonden.’

De man loopt weer dicht naar onder het geheel. Hij wijst met zijn wandelstok naar de verbindingsas tussen het vliegwiel en het hoofdtandwiel. ‘Zien jullie wat hier gebeurt?’ De verbindingsas was begonnen met zwabberen; Hij draaide niet meer zo elegant recht als voorheen, de druk heeft zich kenbaar gemaakt. ‘Dit is wat voor de gemiddelde mens als onprettig ervaren zou worden.’ Een klein meisje met oranje haar steekt haar hand op om een vraag te stellen, en schreeuwt: ‘Waarom ziet Jeroen dit niet?’ ‘Een uitstekende vraag’, reageert de tourguide, ‘Dat is iets waar Jeroen of wetenschappers ook nog niet over uit zijn. In principe zou Jeroen dit moeten kunnen zien. Lijkt het je misschien leuk om dit als je groot bent te onderzoeken?’ De groep lacht, het meisje glundert en knikt instemmend.

De man loopt terug naar zijn paneel en duwt drie schuiven naar beneden en drukt tot drie keer toe op dezelfde knop die net tandwielen in werking zette. Uit drie luiken uit het plafond komen twee vrij grotere tandwielen slingeren, wederom van gietijzer. Een voor een knallen ze met een kabaal op het apparaat. De eerste land in de eerste groef om 3 uur, de tweede land op 12 uur op de eerste. De wijzer piekt even terug naar 500, waarna het rond de 1000 blijft hangen. ‘Kan iemand raden wat dit is?’, vraagt de man aan de groep? ‘Herinnert hij zich misschien iets wat hij was vergeten?’, vraagt een van de twee Amerikaanse toeristen. ‘Bingo!’, roept de tourguide triomfantelijk. ‘Jeroen herinnert zich plots dat hij om 12:00 uur, tijdens zijn les, een videocall heeft gepland. Daarbovenop herinnert hij zich dat hij die avond nog moet optreden en niet gerepeteerd heeft, terwijl het een belangrijk optreden heeft.’ De machine weet het toerental maar net naar 2.000 terug te krijgen, maar daarna stagneert het. Hierna valt er nog een tandwiel uit het luik. Weer schiet de teller omlaag, dit keer komt het in de rode zonde die bij 300 lijkt te beginnen. Toch kruipt deze langzaam er weer uit. Een Aziatische toeriste vraagt: ‘Hoe komt het dat de toerenteller toch lukt om naar 2.000 te komen als er …’, de vrouw stopt om het aantal tandwielen te tellen, ‘… inmiddels toch zeven tandwielen draaien.’ ‘Jullie zijn een scherpe groep, ik wilde dit net vertellen’, reageert hij enthousiast. Hij wijst met zijn stok naar een ingelijst stuk aan de muur — zo’n glazen bak waar normaal opgezette insecten in zitten — met het label ‘Jeroens medicatie door de jaren heen’. ‘Tegenwoordig zit Jeroen op dexamfetamine. Dit scenario speelt zich af om 09:00 uur in de ochtend, ik vermoed dat deze net begint te werken.’

De tourguide begint op afrondende toon: ‘En op deze manier kunstelt Jeroen zich door de dag. Het gaat net, zoals je ziet. Het vliegwiel draait liever overuren dan dat het niet draait.’ Hij loopt naar het paneel. Net wanneer hij de deksel op het paneel doen, tikt hij zijn wandelstok van de muur. Deze valt langzaam omver richting de afvuurknop. De man smijt de deksel weg, probeert de stok weg te slaan, maar slaat daarmee precies op die knop. ‘IEDEREEN NAAR ACHTEREN!’, schreeuwt hij in een ernstige toon. Dit hoort niet bij de demonstratie, dat is iedereen duidelijk. Luid kabaal klinkt, en er komen nogmaals tandwielen uit het plafond geslingert. Twee tandwielen van middelgrote klappen bovenop de politieke podcasts tandwielen. De toerenteller schiet terug van de 2.000 naar 1.000, een enorm luid kabaal, alsof iemand met een hamer op een van de tandwielen aan het meppen is, vult de ruimte. Iedereen zit inmiddels ingedoken tegen de muur gedrukt. De deur aan de andere kant van de ruimte is te ver om veilig naar toe te kunnen rennen. De man zit met zijn armen breed met zijn rug naar de groep, om deze te beschermen. ‘Wat was dat?’, vroeg de Amerikaanse toerist. ‘Om eerlijk te zijn, geen idee’, antwoord de tourguide. ‘Herinnert u zich nog dat we niet wisten waarom Jeroen niet doorhad dat de aandrijfas begon te zwabberen? We kennen ook nog steeds niet alle tandwielen die kracht uitoefenen op de mechaniek.’ De Amerikaan deinst nog wat naar achter, het is hem nu duidelijk dat de situatie daadwerkelijk gevaarlijk is. Een ratelend geluid zet plots op, wat het geheel absoluut kakofonisch maakt, en iedereen zet zijn vingers in zijn oren. Iedereen kijkt geschrokken wanneer nog twee luiken open schieten. Een klein tandwiel stapelt zich op de onbekende tandwielen, waardoor er nu twee torens van tandwielen aritmisch aan het draaien zijn. Het geheel ziet er uiterst instabiel uit, het wankelt. De wijzer begint plots op te lopen, de geluiden in de ruimte worden hoger van toon. Alles lijkt zich voor nu te stabiliseren, al doet het zich voor als koorddansact. In tegenstelling tot de rust die over de groep valt, kijkt de tourguide erg onrustig in een andere richting, hij begint te zweten. Alle blikken van de groep, inclusief die van mij, volgen de blik van de man. De aandrijfas. Die is zo gaan zwabberen dat er nu een voetbal tussen lijkt te passen.

Op dat moment klinkt er een luid scharnierend geluid, het grootste luik van het plafond gaat nu open. Een vrij groot glimmend tandwiel — is het titanium? — zwiert naar beneden. ‘Oh god’, zegt de tourguide, ‘Hier was ik al bang voor.’ ‘Wat is dit?’, vraagt het kleine meisje. ‘Dit is een onzekere existentiële gedachte. Prima te doen als er weinig aan de hand is, maar in deze situatie als hij veel te veel hooi op zijn vork neemt potentieel funest!’ Het glimmende geheel begint langzaam aan momentum te winnen. Iedereen ziet hoe dit tandwiel precies af zeilt op de plek tussen de twee torens van tandwielen die gevormd zijn gedurende de demonstratie. ‘BUKKEN EN OGEN DICHT!’ roept de man, terwijl het grote tand de torens nadert. Iedereen houdt zijn adem in, de tijd dat het nodig heeft om momentum op te bouwen, zegt iets over de energie die dit tandwiel in zicht heeft. De luide knal van impact verdooft mijn gehoor en brengt me in een serene toestand. Ik zie hoe alle tandwielen aan het draaien zijn, zonder ook maar iets te horen. De teller loopt steeds sneller op naar 2.000… 5.000 … 8.000 … Ik hou m’n adem in als deze langzaam bij de 10.000 komt.

In mijn ooghoek zie ik de aandrijfas splijten en metaalsplinters schieten overal. ‘OGEN DICHT’, roept de tourguide nogmaals. De tandwielen stotteren, terwijl de energie nog ergens kwijt moet. De hele stellage stort langzaam als een zojuist opgeblazen flatgebouw in. Tandwielen die de de grond raken schieten als voetzoekers alle hoeken van de ruimte in. Een gietijzeren tandwiel schiet recht af op de groep. Van dichtbij is hij zeker een meter hoog. De tourguide duwt de hele groep een kant op; we springen opzij, de hoge hoed van de man wordt verpletterd.

We liggen op de grond. Mijn gehoor neemt weer toe, ik zie een tandwiel op de grond uitdraaien wat steeds langzamer een fijn geratel wordt. Tik. Tik. Tik. Het klonk als de voetstappen van de tourguide. Tik. Tik. Langzaam kom ik weer bij zinnen. Tik. Het tandwiel wiegt nog een seconde door, maar valt toch terug naar zijn vorige tand: Tik. Ik adem uit. Neergedaald stof onthult een grote berg rommel van hout, ijzer en tandwielen. ‘Is iedereen okay?’, vraagt de tourguide. Mensen stoffen zich af en zeggen van wel. De Aziatische toerist vraagt: ‘Hoe gaat het nu met Jeroen?’ Een stilte valt. De tourguide staat op, loopt zonder iets te zeggen om zijn hoge hoed te pakken. Deze deukt hij uit, zet hem op zijn hoofd en zegt op presidentiële toon: ‘Dames en Heren. Het gaat met Jeroen naar omstandigheden goed. De toestand waarin hij zich bevindt lijkt op de uwe. Hij heeft het overleeft, maar heeft tijd en rust nodig om hiervan bij te komen.’

 2
 0

Lekker gelezen? Geef me een kudo! (gewoon klikken, geen login)


Lees ook over: