De Ochtenden

Logischerwijs.

Geschreven door Jeroen Coelen op 05 april 2020 Leestijd: 3 minutes

In de ochtend neem ik mezelf waar in gevecht met voornemens om iets te doen. De blauwe lucht dringt daarbovenop behoorlijk aan. Alsof deze weet wat ik al die tijd niet gedaan heb. Ik maak een lijstje. Het voelt tegen de intuitie in. Waar er een tekort is aan mondkapjes, heb ik een overschot aan tijd en iets in mij wil daar iets mee doen.

Smekend heb ik wel eens naar de klok en mijn agenda gestaard. Mezelf afgevraagd waarom er maar 24 uur in een dag zitten of maar 7 dagen in een week. Waarom had week 5 niet schrikkeldag 32 januari die perongeluk was weggevallen op alle kalenders maar plots internationaal herkend werd. Neen, ik plande verkeerd, ik zei ja tegen dingen waar ik nee tegen moest zeggen en voor ik het wist was de koek weer op.

Ik kijk naar het lijstje. Zes mogelijke invullingen van een dag binnen vijf minuten. Gisteren kwam mijn lichaam niet zover. Gisteren was er maar één invulling van mijn dag mogelijk en het duurde ruim twee uur om er op te komen en één uur om die te accepteren: niks doen. Van al het niks doen werd ik moe, en moest ik van mezelf niks doen. Vuur met vuur bestrijden, en het heeft gewerkt.

Zeven mogelijke dingen nu, want niks doen kan nog worden toegevoegd. Ik draai me om in mijn bed, ik zie allerlei pluisjes en afgescheiden lichaamscellen liggen. ‘Bed verschonen’ staat terecht op het lijstje. Miles Davis of iets soortgelijks jazzigs - ik zou het nooit zo kunnen herkennen - pingelt door mijn kamer terwijl ik uit het raam staar. De keuze om de gordijnen direct te openen betaalt zich uit: het is schitterend blauw buiten. Ik ben jaloers op de mensen met een tuintje. Ik zou naar buiten kunnen. Hardlopen. Nummer acht op het lijstje. Weer draai ik me om.

Ineens voel ik vrijheid. Ik heb een spectrum aan dingen die ik kan doen en ik kies er voor ze allemaal niet te doen. Dat mensen uberhaupt hun bed uitkomen in het weekend is bijzonder. Uit noodzaak niks doen is veel beklemmender dan vrijwillig niks doen.

De smaak van koffie in mijn mond herinnert me dat mijn mok inmiddels leeg is. Ze kietelt mijn papillen en ze verlangen naar meer. De mens gebruikt 80% van zijn gewrichten en 90% van zijn spieren om uit een bed te komen. Overweldigd door deze verzonnen maar aannemelijke statistiek schiet de volgende gedachte door mijn hoofd: Ik heb een koffiezetapparaat nodig in mijn slaapkamer. Op mijn nachtkastje. Ik draai me om.

Een basisregel werd gesteld. Zolang het bed niet verveelt, verlaat ik het niet. Even zat ik op mijn telefoon. Dat verstoorde de rust. Nee, het is iets anders. Ineens hangt deze regel boven mijn hoofd. Ik kan uitermate slecht tegen autoriteit. Het dwingt dingen of mensen serieus te nemen die je zonder die opgelegde hierarchie links zou laten liggen. Het bed is in een keer niet gezellig meer. De Action of Robbeneiland is er niks bij. Wat doe ik hier nog. Het bed wat net nog zacht was, wat hooguit een wasje verdiende, is ineens goor. Mijn gewrichten beginnen pijn te doen terwijl ik slechts centimeters ben bewogen. Dorst neemt toe. Het glas water op mijn nachtkastje volstaat niet. Het einde is nabij, dat voel ik aan mijn water.

Ik haal de dekens van het lichaam. De benen zwiepen over de rand van het bed. En voila. Het staat. Het staat er maar te staan. Seconden die luttel zijn kruipen, neen, flaneren voorbij. De dag beweegt verder, maar het lichaam beweegt zich niet. Zonnestralen kroelen door het borsthaar. De eerste stap volgt. Het lichaam schrikt er ook van. De vierde stap brengt hem naar de woonkamer, erg ver was het niet. De achtste stap werpt hem op de bank. Hij kijkt weer op zijn lijstje. Maar de bank, die zit pas lekker merkt hij. De Nespresso machine staat met drie meter buiten handbereik. Een koffiezetapparaat naast de bank, dat heeft hij nodig.

 15
 0

Lekker gelezen? Geef me een kudo! (gewoon klikken, geen login)


Lees ook: