Baldadig

Hoe ik in een klimaathetze met babyboomers terecht kwam

Geschreven door Jeroen Coelen op 30 juni 2019 Leestijd: 4 minutes

Deze column is vanwege lichtelijke schaamte voor eigen gedrag met enige vertraging gepubliceerd.

Frustratie uiten is soms nodig. Soms word ik dan baldadig. En heel soms, ben ik dat op een kinderlijke manier. Ik zat na een bitter gelijkspel tegen Feyenoord - in retrospect had dat het kampioenschap kunnen schelen - terug in de trein van Eindhoven naar Amsterdam. Deze coupe was eersteklas en ik voel me dan direct verplicht te verdedigen dat dat niet zo elitair is als het lijkt. Voor drie tientjes per maand bovenop mijn abonnement kan ik eersteklas reizen buiten de spits: dat vind ik de moeite waard. Zeker omdat reizigers in de eersteklas veelal worden vertegenwoordigd door het merk 'witte deftige man van een jaar of zestig', een lust voor het oog.

Een conductrice komt de stiltecoupé ingelopen. Een man met pullover, waaronder een witte kraag langs zijn nek naar boven kruipt, draait zijn gezicht naar de zojuist geopende deur. Zijn ogen prikten door zijn bril, welke schuilden onder een afdak van een witte dot haar, haast geruisloos haar geweten in. Hij was een soort Frits Bolkenstein* met bijbehorend half verborgen dedain.

Onaangedaan door zijn blik vroeg ze vriendelijk: “Heeft er iemand nog vragen? Ik controleer geen kaartjes, ik ben de hoofdconductrice.” De man deed zijn grootste best om zijn verbazing te verbergen. In zijn tijd waren vrouwen hooguit farao van Egypte. “Ik heb geen vragen, maar ik vind het koud”, reageert de man. De anderen in zijn vierzit knikken instemmend. Ik voel me toch genoodzaakt te vermelden dat zij de generatie deelden met deze man. Snel werd er zowat gesmeekt of het warmer kon. De spanning was om te snijden, voor het feit dat wat deze vier babyboomers te verduren hadden het woord inhumaan niet voldoende was.

Voor ik het wist werd er in andere vierzitters instemmend gemompeld over de koelte. Een staatsgreep door deze babyboomers naar de temperatuur van deze wagon bleek zich te ontvouwen. Omdat ik een tweede ijstijd in deze coupe wilde voorkomen en omdat ik vond dat de hoofdconductrice de minachting van de man niet verdiende mengde ik me in het gesprek: “Nou meneer, ik vind het eigenlijk best warm, deze temperatuur is best wel lekker”. De man keek verbeten mijn kant en zei verbolgen: “Voor jou is min tien nog wel prima.” Mijn eerste aanval was gedegen afgeslagen, de babyboomers onder leiding van psuedo-“Frits Bolkestein” leken af te steven op de macht over het klimaat van de coupe.

Maar hij was er nog niet, er hing roet in de lucht, en dat proefde hij. Enerzijds was hij nog niet aan het zegevieren, anderzijds was het kaartenhuis van de coalitie van Frits ook nog niet gevallen. Je zou kunnen zeggen dat de gemoederen hoog opliepen, het kon nog alle kanten op. Ik stond er alleen voor en een kat in het nauw maakt nu eenmaal rare sprongen. Ik zette de aanval weer in, ter ontmanteling van de coalitie: “min drie graden vind ik eigenlijk wel fijn meneer, min tien lijkt me wat veel van het goede.” Walging was niet genoeg om uit te drukken wat de Frits van mijn opmerking vond. Terwijl dit heftige politieke gevecht plaatsvond, vermeldde de hoofdconductrice doodleuk dat het personeel geen invloed heeft op de klimaathuishouding van de wagons; sterker nog, het zou verderop zelfs nog kouder kunnen zijn.

Fritsie accepteerde dat er geen regime was om omver te werpen, waarna de conductrice doorliep naar mijn deel van de coupé. “Hier nog vragen?”, vroeg ze. “Nou, mevrouw, ik vond het net best fris, maar toen ik de warmte van die meneer voelde, was dit meteen voorbij”, zei ik terwijl ik alle sympathie uit de kieren van de wagon voelde glippen. Bolkie kijkt op en mij indringend maar bovenal afkeurend aan: “Je bent me wars.” Daarin kon ik de meneer dan wel gelijk geven. Daarnaast kwam mijn trein aan op Amsterdam Amstel, en ben ik geneigd zoals wanneer de stemmen zijn geteld de grootste partij de overwinning te gunnen: “Een fijne reis meneer, ik hoop dat jullie het redden” waarna ik geproest hoorde vanuit een stoel waarvan ik de zitter niet kon zien. Wat fijn dacht ik, stond ik er dus niet helemaal alleen voor.

Was ik me bewust van het feit dat ik me mengde in deze politieke hetze met minder dan 15 minuten reistijd resterend op een reis van bijna anderhalf uur? Absoluut. De moraal van het verhaal ligt dan ook verpakt in de oorsprong van het woord frustratie, waar het allemaal mee begon. Dit is namelijk afgeleid van het Latijnse frustra, wat geheel toepasselijk tevergeefs betekent.

*De vergelijking met Frits Bolkestein maakte ik ook al in mijn column over het concertgebouw. Ik was vergeten dat ik destijds deze vergelijking ook maakte. Voor mij is Frits het prototype voor een superieure dwarsdoorsnede van de Nederlandse senioren.

 7
 0

Lekker gelezen? Geef me een kudo! (gewoon klikken, geen login)


Lees ook over: